Een bronzen beeld maak ik niet alleen.......  In de loop der jaren is er een hechte vertrouwens band ontstaan met de medewerkers van Ateliers Museum Technische Werken. Dank daarvoor!

 

Van was/klei model naar bronzen beeld:

Ooit  heb ik geaarzeld om m'n beelden in het toen voor mij 'elitaire' brons te laten gieten. Ik maakte destijds zelf m'n mallen en goot af in aluminiumcement, het 'brons der armen'. Op zichzelf is aluminiumcement een prachtig product, geeft een mooie strakke huid, laat zich uitstekend kleuren en blijft -ook buiten-  lang mooi. Het materiaal heeft echter z'n beperkingen en naar mate mijn werk verfijnder werd, werd ik gedwongen de overstap naar het brons te nemen. Daar heb ik geen spijt van gehad, en werk nu al jaren met veel plezier samen met Ieme Boomsma en zijn mensen van MTW Groningen.

Een voltooid werk wordt in was of klei naar de gieter gebracht en moet de keuze gemaakt worden of er al dan niet een mal gemaakt moet worden. Veelal kies ik voor het maken van een mal  en werk in beperkte oplage;  5-8- incidenteel 12 stuks. Tegenwoordig is het gebruikelijk 2 gietsels boven de oplage te laten vervaardigen. Deze krijgen de naam e.a.1 of e.a.2 mee. (epreuve artiste), van oorsprong bedoelt voor eigen of museaal gebruik.

Waren vroeger de mallen van gips, tegenwoordig bestaan de mallen uit een flexibele binnenmal die worden ondersteund door een harde kunststof buitenmal. 

De Onderstaande foto's zijn afkomstig van een dia serie over het gietproces, ooit gemaakt tijdens de werkzaamheden bij Ateliers Museum Technische werken.

Het maken van een mal is een vrij ingewikkeld proces. Elk beeld kent zijn verdeling om tot een goed lossende mal te komen. Als de verdeling is bepaald en met grenzen (roze lijn)is aangegeven kan een eerste -flexibele- rubber laag opgepenseeld worden.Luchtbelletjes en andere oneffenheden zijn uit den boze. Gipsen tussenstukken als opvulling worden niet zelden gebruikt.

Foto boven, voltooide mal. Het origineel wordt verwijderd, de mal wordt in gereedheid gebracht voor het maken van een wasbeeld. Zie foto onder. N.B. een beeld kan uit meerdere mallen bestaan!!!

Voor het sluiten van de mal worden de binnen en buiten laag van de mal met kleine spijkertjes aan elkaar vast gemaakt. Dit ter voorkoming dat bij het vullen van de kern, een verschuiving optreed.

Na het sluiten van de mal wordt deze volgegoten met warme vloeibare gietwas. De grootte van het beeld bepaalt de tijd, dat de gietwas in de mal moet blijven om tot een bruikbaar wasbeeld te komen. De overtollige gietwas wordt uit de mal gegoten om later gevuld te worden met water om de was sneller te laten harden. Vervolgens wordt de mal geopend en het wasbeeld gelost.

Foto onder; wasbeelden klaar om bijgewerkt te worden op gietnaden en andere oneffenheden.

 Het bijwerken doe ik zelf altijd het liefste in de rust van m'n atelier. Elk vergeten plekje immers zal zich laten zien in het brons. Bestaat een mal uit meerdere delen, zal het beeld opnieuw zorgvuldig worden opgebouwd. Als voorbeeld het beeld van de rammelende hazen, ook de oren en voorpoten moeten opnieuw geplaatst worden.

 

 

Foto boven ;Terug bij de gieter zal het beeld opgebouwd worden voor het uiteindelijke gietproces. Giet-en ontluchtingskanalen worden aangebracht. De gekleurde rietjes zijn de ontluchtingskanalen, de bredere kanalen voor het brons zijn bruin van kleur. De hazen hierboven zullen voorzien worden nog vele rietjes en aangietkanalen........

Bij de volgende stap wordt het geheel ingevormd; vergelijk het met het spacken van een plafond, met een fijne straal wordt het geheel bespoten met een gios/klei mengsel dit om uit te sluiten dat bv. luchtbellen worden ingesloten. Elke oneffenheid wordt later zichtbaar.

Op de foto boven is het beeld zo ver om 'te verdwijnen' in een uitstook vorm. In deze fase wordt tot slot ook de kern aangebracht. Uiteindelijk zal het brons tussen kern en binnenwand na het uitstoken van de was in de  vorm vloeien. In principe is elk bronsbeeld dus hol. Dit heeft niets met besparen van brons te maken maar alles met krimp en daardoor scheuren in de huid van het beeld.

Boven; een mal klaar voor de uitstookoven. (mal winterkoninkje). Het aangiet kanaal voor het brons is duidelijk zichtbaar. De foto hieronder toont hoe de inmiddels ingepakte beelden voorzien worden van de kern. En dat verhaal is een lastige, de mallen, voorzien van kernspijkers (om verzakken tegen te gaan) worden gevuld met een mengsel van gips en klei.

De foto hieronder toont een gevulde uitstookoven. Het wasbeeld zal geheel verdwijnen.  De ruimte die na het uitstoken in de oven (bij 550 graden, 24 uur) zijn ontstaan, worden later gevuld met brons. Neem het uitstoken letterlijk, de was én de gebruikte hulpmiddelen, nodig om onderdelen  beeld stevig voor het invormen te verbinden (oren-poten-staart-)verbranden in z'n geheel.

 

De uitgestookte gietvormen zijn zeer kwetsbaar. Ze moeten langszaam afkoelen voor ze in de uiteindelijk gietkuil worden geplaatst. Zo ging het vroeger bij MTW althans, nu blijven de ronde gietvormen intakt, om na afkoelen in rijen  te worden opgesteld. Na het verhitten van het brons  kan het uiteindelijke gieten beginnen......

De 'lummel' (smeltkroes) hangt aan een rail en kan zo dus makkelijk alle vormen bereiken. Brons (legering koper en tin) wordt verhit tot plm. 1150 graden.  Als een vorm gevuld is wordt die afgesloten met een steen, om al te snelle afkoeling te verhinderen.

Na het afkoelen van de vormen wordt de gietmal verwijderd en blijft er een wonderlijk gietsel over......

Ook de kern moet nog worden verwijderd, een zeer ingewikkelde klus middels 'luikjes' in buik of rug......Makkelijker bij figuren zoals bovenstaand bevertje, die aan de onder kant hol zijn..Bij mijn paarden bv. zijn het vaak luikjes in de rug, die na het verwijderen van het gips/klei mengsel  weer worden dicht gelast. Vakmanschap is meesterschap....

Giet- en ontluchtingskanalen  worden met een flex verwijderd, om later verfijnder onzichtbaar te worden gemaakt. De oude giet- en ontluchtingskanalen worden later gesmolten en dus opnieuw gebruikt.

Zonodig worden de beelden weer in elkaar gelast en kernluikjes gesloten.

Vaak wordt het samenstellen/lassen  met de kunstenaar gedaan, zoals onderstaande foto's laten zien, het plaatsen van de vleugels van de lepelaar.

Zelf leg ik graag de allerlaatste hand.......een hoef, een oor of een snavel even bijwerken voor het patineren begint. Een dremel het hulpmiddel.

Foto boven toont een beeld in de 'bronskleur'. Het is afgewerkt en vetvrij gemaakt in een straalkast. Na deze werkzaamheden de eindfase, het patineren. Dat kan warm en koud met verschillende 'kleurrecepten' gedaan worden. IJzer- (geeft bruin) en koper (geeft groen)nitraten/oxyden geven debekende patina  maar veel kunstenaars en bronsgieters hebben zo hun geheime wapens als wijn, pokon , mixen van......etc etc.....

 

Ten slotte wordt het beeld -vaak nog warm van het patineren- in de was gezet. Deze was stopt de werking van het patina en zal het beeld laten glanzen. Wollen doeken, schuursponsjes én een koperborstel zorgen voor glans en het zg. 'doorpoetsen', kan het beeld verfraaien door het zichtbaar maken van de bronskleur.(het klassieke patina!)

Het zoeken naar een passende sokkel luidt de eindfase in. Vaak een lastige klus om de juiste vorm en materiaal te kiezen. Elk beeld stelt zijn eigen eisen !! Meest gebruikelijk alle soorten hardsteen zoals graniet, diabas en het Belgische hardsteen . Maar ook, zoals hier, blijkt een oude stronk een uitstekende plek voor de hazen........ Uiteraard speelt ook de plek waar een beeld in wordt geplaatst een geducht woordje mee.......